Media

Uit: De Lelybel, jaargang 7 – editie7 (2026)

Interview met Lucia Fer

‘Het is geen mooie geschiedenis, maar wel een gezamenlijke’

Sommige mensen gaan met pensioen zonder dat je daar iets van merkt. Ons is ook niet bekend of geraniums het in Suriname goed doen, maar Lucia zul je er niet achter aantreffen. Om alles wat ze doet of gedaan heeft kun je een boek vullen en dat heeft ze ook gedaan, zoals ook is te lezen op www.schrijvenvertellen.com. We trotseerden weercodes om haar te spreken en worden niet teleurgesteld. Een rijk en veelzijdig leven van een stadsbewoner om trots op te zijn!

Suriname is vijftig jaar onafhankelijk. Hoe sta jij daarin?

Ik woonde tot mijn achttiende, negentiende jaar in Suriname. Daarna ben ik naar Nederland gekomen om te studeren. De onafhankelijkheid in 1975 heb ik dus bewust meegemaakt. Mijn vader stond daar niet positief tegenover. Hij vond dat Suriname er nog niet aan toe was – de riolering moest worden aangepakt, de straten verbreed. Hij had een hele lijst met zaken waarvan hij vond dat Nederland die nog voor Suriname moest regelen, en vond dat Arron en Lachmon op dat moment niet de juiste beslissing namen.

Tegelijkertijd besefte hij dat Nederland van zijn kolonie af wilde. Toen de onafhankelijkheid toch doorging, hebben wij daar als gezin weinig aan meegedaan. We waren thuis, terwijl er in de stad van alles gebeurde.

Drie jaar later vertrok ik naar Nederland om te studeren. Niet lang daarna brak de revolutie uit met Bouterse. Mijn vader wilde absoluut niet dat ik terugkwam. Hij zei: ‘Als je terugkomt, heb je niets aan je studie gehad. En ik ken jou: je gaat je overal mee bemoeien. Dus blijf daar, maak je studie af en bouw daar je leven op.’ Dat heb ik gedaan.

Ik heb zowel betaald als vrijwilligerswerk gedaan in Nederland – waarvoor ik later, in 2008, een koninklijke onderscheiding ontving. Ik werkte onder andere bij de provincie, bij De Kubus en als laatste werkgever bij Welzijn De Schoor in Almere. Vorig jaar ben ik met pensioen gegaan.

Rond de viering van vijftig jaar onafhankelijkheid werd ik benaderd door EAN (Enterprise Academy Network), die wist dat ik al jaren vrijwilligerswerk deed in Suriname.

Suriname is het land waar ik geboren ben en waar ik veel heb geleerd over een multiculturele samenleving, het omgaan met verschillende culturen en het belang van ontmoeting en verbinding. Ik was er daarom al vroeg van overtuigd dat ik iets wilde teruggeven aan mijn geboorteland.

Wat voor studie deed je?

Ik studeerde Culturele en Maatschappelijke Vorming aan de Hogeschool van Amsterdam. Mijn kennis zette ik aanvankelijk voornamelijk in bij projecten in Nederland. Maar ik had mezelf beloofd ook voor Suriname iets te betekenen.

Ruim 23 jaar geleden zocht ik daarom contact met de Stichting Duurzame Ontwikkeling Nederland Suriname (STODONS). Die stichting had subsidie aangevraagd voor projecten in Suriname en ik ben als vrijwilliger aan de slag gegaan op het gebied van duurzame energie en landbouw. Dat werk doe ik inmiddels al 23 jaar – het is mijn levensprestatie geworden.

Toen de viering van vijftig jaar onafhankelijkheid eraan kwam, wilde ik daar graag bij zijn. Mijn jongste zoon wilde mee om zelf te ervaren waar zijn moeder al jaren naartoe ging voor vrijwilligerswerk, en om familie en mijn netwerk te leren kennen. Dat maakte de reis extra bijzonder. We waren twee maanden in Suriname en het was prachtig om dat allemaal mee te maken.

Leven je ouders nog?

Nee. Mijn vader is in 2004 overleden, mijn moeder in 2023.

Vijftig jaar onafhankelijkheid, waar moet je aan wennen?

Ik ben blij met de onafhankelijkheid, maar als Surinaamse Nederlander is het soms wennen aan onregelmatigheden in overheidsland. Het hebben van een ‘kruiwagen’ blijkt nog steeds noodzakelijk om zaken sneller geregeld te krijgen. Jaren geleden was mijn vader die kruiwagen: als ik een document van de burgerlijke stand nodig had, kende hij wel iemand die er werkte.

Maar houd je dat systeem dan niet juist in stand?

Dat klopt, en ik besef dat ook. Als je maar drie weken bent en veel moet regelen, is het verleidelijk. Maar je houdt het systeem inderdaad in stand. Tegelijkertijd kan het erg frustrerend zijn als alles lang duurt. Er moet dus nog steeds veel veranderen. Ik ben wel blij met de nieuwe president, Jennifer Simons. Misschien had het land gewoon een vrouw nodig.

Ze komt toch uit de partij van Bouterse?

Dat klopt, maar ze heeft afstand van hem genomen. Ze staat voor een enorme opgave. Wat er moet gebeuren, kan zij onmogelijk in één termijn realiseren.

Maar er is olie gevonden.

Die olie was al eerder ontdekt, maar er was toen nog niet de mogelijkheid om die uit de bodem te halen. Die opbrengsten kunnen veel welvaart betekenen voor het land, maar olie kan ook een bron van hoofdpijn worden. Juist daarom is het belangrijk om verstandig met die rijkdom om te gaan.

Daar gaan je duurzaamheidsambities. Hoe speel je daarop in?

Als vrijwilliger bij stichting ONS zijn we actief geweest in Nieuw Koffiekamp, een dorp in het district Brokopondo. De jongeren hadden daar zelf al een groot buurthuis gebouwd, maar ’s avonds bij het huis was het te donker. Ze wilden graag verlichting en energie voor de vrouwen in het dorp, zodat die cursussen konden volgen.

Samen maakten we een plan om zonnepanelen op het gebouw te plaatsen. Via een ondernemer uit Zeewolde kregen we panelen en batterijen, waarmee we een deel van het centrum van stroom konden voorzien. We zochten ook contact met Telesc, dat computers schonk, zodat vrouwen ’s avonds lessen konden volgen via Windesheim. Dat is precies wat de stichting doet: mensen samenbrengen en elkaar verder helpen op het gebied van landbouw en energie.

Daarnaast lopen studenten van Anton de Kom Universiteit stage bij Aeres Hogeschool in Dronten. Dankzij de Westlandse ondernemer Rob Baan, voormalig CEO van Koppert Cress, is er een kas geschonken aan Lelydorp. Die glazen tuinbouwkas is van groot belang: zij drukt de kosten voor groenteteelt en leert kinderen hoe zij zelfvoorzienend kunnen zijn met gewassen die bestand zijn tegen tropische regen en insecten.

Binnenkort is Keti Koti. Krijgt dat door de vijftigjarige onafhankelijkheid een bijzonder tintje?

Met Keti Koti was ik al veel langer bezig. Ik ben voorzitter geweest van Stichting Mamyo, die jaarlijks Keti Koti in Lelystad organiseerde. De eerste keer mochten we uitwijken naar het stadhuis, omdat burgemeester Van Leeuwen vond dat de belangstelling te groot was voor de oorspronkelijke locatie.

Ik heb altijd geprobeerd verschillende groepen bij elkaar te brengen. Dat lukte niet altijd; gebrek aan geld en een gedeelde visie zorgden ervoor dat het evenement soms stil kwam te liggen. Uiteindelijk heb ik het voorzitterschap overgedragen.

Inmiddels is er veel veranderd. Er zijn excuses gemaakt voor het koloniale verleden van Nederland. Drie jaar geleden nam het Comité 30 juni – 1 juli Flevoland contact met mij op om mee te werken aan de organisatie van de herdenking in Lelystad. De eerste herdenking vond plaats in het provinciehuis, de tweede in de Agora en de derde opnieuw in het provinciehuis.

Ik wil vooral dat mensen gaan herdenken. Mensen moeten zich bewust worden van de geschiedenis – niet alleen de Surinaamse gemeenschap, maar heel Nederland. Het is geen mooie geschiedenis, maar wel een gezamenlijke. Daarom zijn mensen uit Suriname ook hier.

Vind je dat daar voldoende aandacht voor is in schoolboeken?

Nee, absoluut niet.

Premier Rutte zei destijds: ‘Er is geen punt maar een komma gezet.’ Zou dat een belangrijk vervolg moeten krijgen?

Precies. Vanuit de herdenking kun je bewustwording creëren. Dat betekent onder andere dat schoolboeken moeten worden aangepast en dat er culturele bijeenkomsten nodig zijn om de dialoog tussen verschillende bevolkingsgroepen te stimuleren. Alleen dan krijgt die komma daadwerkelijk een vervolg.

 

© De Lelybel, 2026


Uit: Onder d’ ONS, nieuwsbrief nr.2 – 2025

Event in de Mensa van de Anton de Kom Universiteit

Jongeren en ondernemerschap in de landbouwevenement.

Verslag van een inspirerend landbouwevent (door Lucia Fer)

Introductie

Op donderdag 16 oktober 2025 vond in de Mensa aan de Leysweg te Paramaribo, het evenement ‘Jongeren en ondernemerschap in de landbouw’ plaats. Dit event was georganiseerd door Stichting Duurzame Ontwikkeling Nederland Suriname (st. d’ONS).
De opkomst was bescheiden, maar de impact van de bijeenkomst was bijzonder groot. De aanwezigen – een mix van landbouwstudenten, docenten, ondernemers en beleidsmakers – werden getrakteerd op een inspirerende middag vol inzichten, interactie en nieuwe ideeën.

Sfeer

Er was veel energie in de zaal; het bruiste! Juist door de bescheiden omvang ontstonden er waardevolle gesprekken en kon iedereen actief meedoen. Het voelde alsof je samen aan de keukentafel zat: direct, persoonlijk en betrokken. De aanwezige studenten gaven aan dat de bijeenkomst volgende keer door een nog grotere groep studenten bijgewoond zou kunnen worden. Niet alleen de landbouwstudenten maar ook door studenten uit verschillende studierichtingen.

Kraampjes en aanwezigheid

Verschillende jonge landbouwondernemers presenteerden hun innovaties en producten bij kleurrijke kraampjes; zoals bij o.a. George Farming en Autar’s Green Fresh. Tussen de stands waren er vertegenwoordigers van o.a. de Nationale Ontwikkeling Bank (NOB), het verzekeringsbedrijf Assuria en de KKF (kamer van koophandel en fabrieken) aanwezig om vragen te beantwoorden over financiering en bedrijfsopzet. Als kers op de taart bezocht de minister van Landbouw, Mike Noersalim, het evenement en nam hij ruim de tijd om met jongeren en ondernemers in gesprek te gaan.

Toespraken: inspireren en investeren

De minister van Landbouw trapte af met een bevlogen toespraak. Hij benadrukte het belang van ondernemerschap onder jongeren en riep iedereen op om eigen ideeën vooral in de praktijk te brengen. “De toekomst van de landbouw ligt in jullie handen,” sprak hij met overtuiging uit. Hierna volgde de heer Robby Holband, directeur Beroepsonderwijs van het ministerie van Onderwijs, Wetenschappen en Cultuur (OWC), over het belang van kwalitatief goed (agrarisch) onderwijs op scholen en de voortrekkersrol van het Ministerie hierin. Daarna benadrukten de directeur en de voorzitter van stichting Duurzame Ontwikkeling Nederland, Hendrik Comvalius en Rob Baan, dat investeren in de landbouwsector in alle facetten essentieel is om deze toekomstbestendig te maken. Hun boodschap was helder: zonder lef, innovatie en samenwerking geen bloeiende landbouw.
Ook werd aandacht besteed aan een nieuw aspect tijdens het event; de award voor de vrouw in de landbouw. Met een filmpje van Annemiek Hoogenboom, wiens naam aan de award was verbonden, werd o.a het volgende gedeeld: “De landbouw vergrijst en het is tijd voor de jongeren en voor vrouwen. Met de juiste kennis en technologie kunnen jullie in de nabije toekomst een sleutelrol vervullen”.
Ook Winand Rameswar sprak de studenten toe via een video boodschap. Hij benadrukte de relatie tussen agrarische activiteiten, de natuur en de noodzaak voor een goede infrastructuur.

Studentenactiviteit: informatie verzamelen in de praktijk

Na de toespraken kregen twee groepen studenten een lijst met vijf vragen mee. Hiermee gingen ze op pad om informatie te verzamelen over het starten van een eigen landbouwbedrijf. De vragen gingen onder andere over financiering, marktbenadering, duurzaamheid, samenwerking en innovatie. De studenten spraken met de landbouwondernemers bij de kraampjes en stelden scherpe vragen aan de vertegenwoordigers van de instellingen. Het was mooi om te zien hoe nieuwsgierig en leergierig iedereen was.

Presentatie van bedrijfsplannen

Terug in de zaal presenteerden beide teams hun bedrijfsplannen. Ze vertelden over hun ideale landbouwbedrijf, de keuzes die ze maakten en de uitdagingen die ze zagen. Vervolgens stelden de groepen elkaar vragen en gaven ze feedback. Uiteraard vond elk team zijn eigen bedrijf het beste – gezonde competitie hoort er toch een beetje bij! De sfeer bleef sportief en stimulerend; iedereen gunde elkaar het succes. Na vragen van de voorzitter, Rob Baan, zagen de studenten van de teams “Pepers” en “Podosirie”, in dat samenwerking meer profijt zal opleveren dan elkaar te bestrijden.

Evaluatie en conclusie

De dagvoorzitter – Joyce sylvester- sloot de middag af met een korte evaluatie. Zij benadrukte dat samenwerking de sleutel is tot succes in de landbouw. “Alleen kun je veel, maar samen kom je verder,” vatte zij kernachtig samen. De belangrijkste les van de dag? Durf te dromen, werk samen en investeer in de toekomst van de landbouw. En…vergeet de onmisbare inzet van de vrouw in de landbouw in Suriname en wereldwijd, niet”.

Met een hoofd vol ideeën en een flinke dosis inspiratie keerden de deelnemers huiswaarts om straks succesvol een boerenbedrijf op te kunnen starten.

Voor meer informatie: https://www.stdons.nl/


Lucia over de Stedenband Lelystad-Lelydorp bij Omroep Flevoland (2025)

Bekijk het interview bij Omroep Flevoland


Lucia over ‘Het Vaartje’, de buurtauto (2021)

Bekijk hier het filmpje

Reacties zijn gesloten.